Introductie

Informatie afkomstig van http://www.vaarbewijs.info/.

Je moet in het bezit zijn van een Vaarbewijs voor het varen met:

  • een schip met een lengte van 15 meter of meer dat niet bedrijfsmatig wordt gebruikt;
  • een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt of voor bedrijfsmatig gebruik is bestemd;
  • een sleep- of duwboot (die niet wordt gebruikt om een schip met een lengte van 20 meter of meer te slepen, langszij mee te voeren of te duwen);
  • een motorboot met een lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur kan bereiken.

Van het vaarbewijs voor de pleziervaart bestaan 2 typen, namelijk:

Klein Vaarbewijs I

Dit vaarbewijs geeft de schipper het recht te varen op alle rivieren, kanalen en kleine meren. De Gouwzee en de Randmeren (Gooimeer t/m Ketelmeer/Zwarte Meer) zijn vaarbewijs I gebied. De havens aan de vaarbewijs II gebieden zijn vaarbewijs I gebied. Het Klein Vaarbewijs I is niet geldig voor de Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer incl. Markermeer en IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard.

Klein Vaarbewijs II

Dit vaarbewijs geeft de schipper het recht te varen op alle binnenwateren, dus inclusief de Westerschelde, de Oosterschelde, het IJsselmeer incl. Markermeer en IJmeer, de Waddenzee, de Eems en de Dollard.

NB: voor het bevaren van de Noordzee is geen vaarbewijs vereist, wel echter voor het bevaren van de zeehavens.

Laatst bijgewerkt op: 15-09-2006 11:08:27 door Rogier Falkena 

 naar boven